Sinds 1 juni is Jaco Perlot manager van de adviesgroep ruimtelijke ontwikkeling bij AT Osborne. Na vier jaar als adviseur en met ruim twintig jaar ervaring in complexe stedelijke projecten, richt hij zich in zijn nieuwe rol nadrukkelijk op het verbinden van inhoud, mensen en opgaven. “Het gaat er uiteindelijk om dat je beweging krijgt en samen iets realiseert.”
Jaco werkte ruim twintig jaar bij het Projectmanagementbureau van de gemeente Amsterdam, waar hij leidinggaf aan grote teams die betrokken waren bij gebiedsontwikkelingen zoals de IJ-oevers en de Zuidas. “Dat zijn trajecten van tien tot vijftien jaar of meer. Van de eerste plannen tot daadwerkelijke realisatie. In dat samenspel, tussen inhoud, belangen en mensen, ligt mijn interesse.”
“Ik weet nog dat ik begin jaren negentig als student met de trein Amsterdam binnenreed. Als ik dat nu doe, besef ik pas echt hoeveel er in al die jaren veranderd is. Tegelijk moet je je bijdrage aan het geheel ook niet overdrijven, zoals een oud-directeur ooit zei, ‘je zet hoogstens een kras op de eeuwigheid’.” Die balans tussen impact en relativeren is kenmerkend voor Jaco.
Na die jaren bij de overheid koos hij bewust voor een volgende stap: werken bij een bureau dat midden in de praktijk van maatschappelijke en ruimtelijke vraagstukken staat. Bij AT Osborne bleef hij werken aan complexe projecten, toch ontbrak er een element. “In projecten werk je intensief samen, maar je bent niet verantwoordelijk voor de ontwikkeling van mensen en het team op de lange termijn, althans op een andere manier.” Die behoefte vormt een belangrijke drijfveer voor zijn nieuwe rol.
In zijn visie op het vakgebied maakt Jaco een helder onderscheid tussen gebiedsontwikkeling en ruimtelijke strategie. “Gebiedsontwikkeling gaat vaak over de planvorming en realisatie van fysieke projecten en programma’s: bijvoorbeeld woningen, voorzieningen, kantoren en kenmerkt zich door samenwerken met marktpartijen, zoals ontwikkelaars, beleggers en aannemers. Ruimtelijke strategie begint daarvoor. Het gaat over de vraag: wat wil je hier eigenlijk? Vraagstukken worden steeds complexer. Opgaven rond wonen, natuur, mobiliteit, energie en water grijpen steeds meer in elkaar. Integraal denken is belangrijker dan ooit. Aan de voorkant kun je echt richting geven. Maar uiteindelijk moet het ook gerealiseerd worden. Die combinatie van strategie en uiteindelijk realisatie willen we sterker neerzetten.”
Ruimtelijke ontwikkeling is volgens Jaco in de kern een verbindingsopgave. “Je hebt altijd te maken met verschillende en tegengestelde belangen. Soms van één gemeente, soms van verschillende overheden op lokaal en nationaal niveau. Dan is het de kunst om die bij elkaar te brengen en te vertalen naar iets waar iedereen achter kan staan.” Dat vraagt om meer dan alleen inhoudelijke kennis. “Je moet begrijpen hoe besluitvorming werkt, hoe governance is ingericht en wie waarover gaat. Als je dat niet snapt, krijg je geen beweging.” Tegelijkertijd blijft zijn aanpak bewust pragmatisch.
“Je kunt alles eindeloos analyseren, maar uiteindelijk moet het gewoon verder. Wij kijken vooral: hoe kan het wél?”
Een kenmerkend element in Jaco’s manier van werken is zijn achtergrond als historicus. “Voordat je ergens aan gaat knutselen, moet je begrijpen hoe iets is ontstaan. In gebieden, maar ook in organisaties en systemen.” Die historische blik helpt om betere keuzes te maken. “Je bouwt altijd voort op wat er al is. Het gaat erom dat je het goede behoudt en het vertaalt naar de huidige tijd.” Dat besef probeert hij ook over te brengen op jonge collega’s. “Als adviseur moet je weten voor wie je werkt en in welk systeem je zit. Begrip van hoe het werkt, helpt je om effectiever te zijn in wat je doet.”
Nog voor zijn komst werkte de adviesgroep aan een positioneringspaper waarin is uitgewerkt waar ruimtelijke ontwikkeling voor staat en welke rol het team wil spelen. “Dit is kenmerkend voor het team, vind ik heel sterk en biedt een ambitieuze basis om op verder te bouwen. Tegelijk moet iedereen ook gewoon lekker in zijn werk zitten. Mooie plannen zijn belangrijk, maar het werk mag ook leuk zijn en goed passen.” Volgens Jaco zit de kracht juist in het evenwicht. “Ambitie en realisme moeten samen optrekken en je moet ook praktisch blijven kijken. Anders blijft het bij plannen op papier.”
Voor de komende jaren ziet Jaco een duidelijke, maar realistische koers. “Het gaat er niet om dat we morgen alles anders doen. Je bouwt stap voor stap. Maar wel met een duidelijke richting. Een team dat zichtbaar is in het werkveld, dat betrokken is bij aansprekende opgaven en dat integraal kan werken aan ruimtelijke vraagstukken.” Een koers even pragmatisch als ambitieus, wellicht niet meer dan een kras op de eeuwigheid oplevert, maar in de wereld van nu wel zichtbaar verschil maakt.