“Als je naar Zuid-Holland kijkt, zie je eigenlijk alle ruimtelijke opgaven van Nederland bij elkaar”, zegt Lourens Loeven, adviseur bij AT Osborne. “Woningbouw, energie, economie, water en natuur. Alles komt hier samen en dus moeten er keuzes worden gemaakt.”
Om richting te geven aan die keuzes stelde de provincie eerder de Ruimtelijke Koers Toekomstbestendig Zuid-Holland vast. Dat document schetst de ruimtelijke ambities voor de toekomst. De volgende stap is om die koers ook concreet te maken voor verschillende gebieden.
Lourens: “Tot nu toe werd veel vanuit afzonderlijke thema’s en opgaven gewerkt. Maar in de praktijk komen al die opgaven juist in dezelfde gebieden bij elkaar. Omdat de provincie gelooft in de kracht van integraal werken in gebieden, wil zij de koers nu ook gebiedsgericht gaan uitwerken.”
Die gebiedsgerichte aanpak gebeurt in vijf regio’s: de Haagse regio, de Rotterdamse regio, de Deltaregio, de Veenweidenregio, de Leidse regio en de Duin- en Bollenstreek. “In die regio’s gaan de provincie, gemeenten en waterschappen samen kijken hoe alle opgaven bij elkaar komen”, legt Lourens uit. “Waar kan woningbouw of bedrijvigheid plaatsvinden? Hoe past energie daarin? Wat betekent dat voor water, natuur of mobiliteit? Dat soort vragen moet je uiteindelijk samen beantwoorden.”
Maar voordat dat werk kan beginnen, moest eerst duidelijk worden hoe die samenwerking georganiseerd wordt. “Als provincie willen we meer recht doen aan regionale verschillen in de ruimtelijke ontwikkeling en daarin echt samen optrekken met gemeenten en waterschappen”, vertelt Peter Verbon als programmamanager en opdrachtgever namens de provincie. “Dat vraagt om een andere manier van werken én om tempo, want we wilden dit traject binnen een half jaar – dus vóór de gemeenteraadsverkiezingen – afronden. Met AT Osborne hebben we een partij gevonden die vernieuwing bracht in de procesaanpak met de juiste combinatie van inhoud, proces en scherpte om tot gezamenlijke keuzes te komen. Ook hun ervaring met MER en de Omgevingswet was voor ons van grote waarde.”
“De vraag aan ons was eigenlijk eenvoudig”, zegt Lourens, die het project namens AT Osborne leidde. “Hoe ga je met de provincie, vijftig gemeenten en zeven waterschappen samenwerken om tot die gebiedsuitwerkingen te komen?” Het antwoord daarop werd een procesontwerp: een set afspraken en uitgangspunten voor de manier waarop de verschillende overheden samenwerken aan ruimtelijke keuzes.
Oscar Steentjes, die samen met Lourens en AT Osborne-collega’s Joeri van Mil, Max Verberne en Eefje Remijn aan het project werkte, licht toe: “Een procesontwerp klinkt misschien heel technisch, maar eigenlijk is het een routebeschrijving. Een beschrijving die antwoord geeft op vragen als: hoe werken we samen, hoe wegen we belangen af en hoe komen we tot besluiten en hoe zorgen we dat uitkomsten daadwerkelijk landen in het omgevingsbeleid?”
Volgens Lourens zat de kracht van het traject vooral in de manier waarop het procesontwerp tot stand kwam. “We hebben dat echt samen gedaan met de provincie, gemeenten en waterschappen. Niet door iets achter een bureau te bedenken en daarna te presenteren, maar door het samen te ontwikkelen.”
Daarvoor organiseerde het projectteam een serie werksessies door de hele provincie, van Spijkenisse en Dordrecht tot Gouda, Leiden en Den Haag. In totaal namen meer dan honderd ambtenaren deel aan het traject.
Centraal daarin stond wat het team het ‘muurtje van bouwstenen’ noemde. Lourens: “Het procesontwerp bestond uit een aantal vaste onderdelen, zoals rollen, besluitvorming, participatie en de manier waarop we keuzes afwegen. Die hebben we niet in één keer vastgesteld, maar per onderdeel opgebouwd.”
Tijdens de werksessies werd telkens een eerste versie van een bouwsteen in het muurtje voorgelegd. “We vroegen mensen om ertegenaan te schoppen. Wat klopt er? Wat ontbreekt? Wat werkt in de praktijk niet? Wat overeind bleef, bleef staan. Wat niet werkte, werd aangepast of opnieuw opgebouwd. Door dat iteratief te doen, ontstond stap voor stap een proces waarin iedereen zich in herkende.”
Juist die werkwijze maakte volgens Lourens het verschil. “In plaats van een procesontwerp dat van bovenaf wordt opgelegd, bouw je samen iets dat direct aansluit op de praktijk van alle betrokken partijen. Dat kost misschien iets meer tijd aan de voorkant, maar levert uiteindelijk veel meer draagvlak en snelheid op in de uitvoering.”
Het traject verliep in hoog tempo en vroeg veel van alle betrokkenen. Vanaf het najaar van 2025 volgden verschillende rondes met werksessies in de regio’s, telkens gevolgd door bestuurlijke overleggen waarin bestuurders hun reactie gaven op de resultaten.
Lourens: “Het was een intensief proces. Maar juist doordat zoveel mensen betrokken waren, ontstond er ook veel draagvlak.” Begin 2026 werd het procesontwerp uiteindelijk in vijf bestuurlijke overleggen Ruimtelijke Ordening bekrachtigd. Daarmee ligt er nu een gezamenlijke basis voor de volgende stap.
“Het mooie van dit proces is dat inhoud en proces nu echt bij elkaar zijn gebracht”, vertelt Harold Lesschen, gebiedsmanager bij de provincie. “Voorheen liepen die gesprekken vaak door elkaar, waardoor de focus verloren ging. Door eerst samen te bepalen waar we naartoe willen en hoe we dat organiseren, zitten we nu als overheden in dezelfde film. Dat zien we ook terug bij bestuurders. Met dit procesontwerp hebben we een gezamenlijke basis gelegd, waardoor we nu echt de stap naar de inhoud kunnen maken.”
Een van de volgende stappen is het daadwerkelijk maken van de gebiedsuitwerkingen. Oscar: “In de komende jaren gaan de provincie, gemeenten en waterschappen per regio samenwerken aan ruimtelijke keuzes. Dit leidt uiteindelijk tot plankaarten en strategiekaarten die richting geven aan de ontwikkeling van de regio.”
De uitkomsten worden vervolgens samengebracht in één provinciaal gebiedsprogramma en verwerkt in het omgevingsbeleid van de betrokken overheden. “Daarmee zorg je ervoor dat het niet bij een rapport blijft”, zegt Lourens. “Maar dat het ook echt doorwerkt in beleid en besluitvorming.”
Volgens Lourens en Oscar zat de uitdaging voor het team van AT Osborne vooral in het samenbrengen van inhoud en proces. “Het gaat hier niet alleen om ruimtelijke vraagstukken”, zegt Lourens. “Het gaat ook om samenwerking tussen verschillende overheden, ieder met eigen belangen en verantwoordelijkheden. Als team zorgden wij ervoor dat inhoud, besluitvorming en samenwerking goed op elkaar aansloten, met aandacht voor organisatie, juridische borging en participatie.”
Juist daar kan een adviseur volgens hem het verschil maken. “Wij helpen om dat proces zo in te richten dat partijen elkaar vinden en samen keuzes kunnen maken. Uiteindelijk draait het erom dat je overzicht creëert en een gezamenlijke basis legt voor de toekomst van een gebied.”
Samen met opdrachtgevers werkt AT Osborne aan oplossingen voor complexe multidisciplinaire vraagstukken. Daarbij combineren we inhoudelijke expertise met procesbegeleiding en bestuurlijke advisering. Niet invliegen en vertrekken, maar organisaties helpen om zelf verder te kunnen. Juist voor bestuurders, managers en beleidsmedewerkers die op zoek zijn naar overzicht, mandaat en versnelling.