De oorspronkelijke vraag van Zilveren Kruis Zorgkantoor richtte zich op het verbeteren van de zorg voor NAH-cliënten. “We voelden de urgentie al langer,” zegt Arjan Maasland van Zilveren Kruis Zorgkantoor. Het zorgkantoor speelde een cruciale rol als facilitator en aanjager van het proces. “Maar zonder een gestructureerde aanpak en onafhankelijke begeleiding kregen we de beweging niet op gang.”
Er werd gezocht naar een externe programmamanager. Nicole Teuwsen en Mathilde Muis van AT Osborne kregen die taak toegewezen, maar zagen hun rol gedurende het traject veranderen. “Het was nodig om uit te gaan van een gezamenlijke koers voor de hele regio in plaats van één organisatie. Een andere benadering, maar het werkte. We hebben daarin bewust gestuurd op eigenaarschap. Wij faciliteren het proces; de inhoud en commitment moet vanuit alle partijen komen,” vertelt Nicole. “Niet alles dichtregelen, maar richting geven en ruimte laten voor invulling.”
Nicole en Mathilde vervolgen: “Zo’n traject werkt alleen als de opdrachtgever openstaat voor nieuwe perspectieven en samenwerking.” Die ruimte was er en zo ontstond de basis voor een aanpak waarin niet één partij, maar dertien zorgorganisaties uit de Verpleging en Verzorging, Gehandicaptenzorg en GGZ samen optrokken.
Het traject startte met een grondige data-analyse, op voorstel van AT Osborne. Uit die analyse bleek onder andere dat de toename in zorg voor mensen met NAH voornamelijk bij de oudere doelgroep zit. “Door regionaal en landelijk beeld te combineren, creëerden we een gedeeld en objectief vertrekpunt,” zegt Nicole.
Na een gezamenlijke kick-off, gefaciliteerd door Zilveren Kruis Zorgkantoor, begeleidde AT Osborne een reeks werksessies. Daarin ontmoetten bestuurders, zorgmanagers en professionals uit verschillende sectoren elkaar, van gehandicaptenzorg tot ouderenzorg en geestelijke gezondheidszorg.
Mathilde: “Samenwerken over de sectoren heen komt nog niet zo vaak voor binnen de langdurige zorg, maar is wel noodzakelijk bij cliënten met niet-aangeboren hersenletsel. In het begin keken partijen nog wat afwachtend naar elkaar. We zijn ons in alle sessies gaan richten op de inhoud, het proces en vooral ook de relatie. Al snel ontstond er contact, organisaties gingen elkaar opzoeken, ook buiten de sessies om. Dat is essentieel: samenwerking moet niet alleen op papier bestaan, maar in de praktijk plaatsvinden.”
Tijdens de samenwerking ontstond het idee om in de fase erna te gaan werken met een koplopergroep en actieve volgers, waarbij er voor beide groepen de ruimte is om vanuit het eigen perspectief aan de opgave te werken. Omdat er gewerkt werd in twee kleinere groepen blijft het tempo in het proces.
Het gezamenlijke traject leidt tot een transformatieplan en een samenwerkingsconvenant. Het is nadrukkelijk geen juridisch dichtgetimmerd document, maar een overeenkomst gebaseerd op inhoudelijke overtuiging en gezamenlijke ambitie. “Het is mooi te zien dat zorgorganisaties eigenaarschap en commitment tonen om de doelstellingen gezamenlijk op te pakken”, zeggen Nicole en Mathilde.
De combinatie van data, procesbegeleiding en inhoudelijke kennis maakt het verschil denkt Arjan: “AT Osborne spreekt de taal van de sector en begrijpt de complexiteit van NAH. Dat geeft vertrouwen en houvast.”
Met dank aan die stappen lag er begin dit jaar na negen maanden proces een stevig fundament voor samenwerking. De eerste effecten zijn nu al zichtbaar: zorgorganisaties weten elkaar beter te vinden, delen kennis en zoeken gezamenlijk naar oplossingen voor complexe casussen. Waar een cliënt voorheen mogelijk werd afgewezen, ontstaat nu sneller een passend aanbod, soms door samenwerking tussen meerdere partijen.
De volgende fase richt zich op uitvoering en verdere concretisering. “Een samenwerking werkt alleen als er intrinsieke motivatie is,” benadrukt Arjan. “Die is er nu. En dat maakt dat we echt stappen kunnen zetten voor deze doelgroep.”
Dit traject laat zien dat complexe zorgvraagstukken vragen om meer dan analyse alleen. Het vraagt om verbinden, vertrouwen en het creëren van eigenaarschap over organisatiegrenzen heen. Of zoals Mathilde het samenvat: “Het begint met het goed begrijpen van de opgave. Maar het echte verschil maak je door mensen samen te brengen en in beweging te krijgen.”